
SAHIL AMAR AÏSSA - "Bouw geen hoger hek, maar een grotere tafel"
Vanaf april 2026 is hij in de nieuwe serie MOCRO’S te zien, een passieproject dat hij samen met filmmaker en comedian Shariff Nasr na zes jaar eindelijk heeft kunnen realiseren.
Filmmakers Morris Maturbongs en Sahil Amar Aïssa zag ik voor het eerst samen tijdens de Nederlands Film Festival panel ‘De oorsprong van onze verhalen’ in 2023. Ze spraken daar openhartig over hun culturele wortels, het belang van creatieve vrijheid en toonden ieder een fragment: Morris koos voor In the Mood for Love, Sahil voor Shaun of the Dead. Ik had die twee titels nooit eerder naast elkaar gezien, maar het enthousiasme en de bevlogenheid van de twee vrienden troffen me. Hun persoonlijke connectie met deze films gaf mij de kans ze zelf met nieuwe ogen te bekijken.

Fotografie Alicia Karsonopoero
In de tussentijd schreef en regisseerde Morris zijn eerste korte film En Leid Ons Niet in Bekoring, geïnspireerd op zijn vader als tiener en de muzikale energie van de Molukse gemeenschap. Ook regisseerde hij afleveringen van Noobieland (Zapp) en Alpha00 (NTR). Sahil vind je op de redactie van BNNVARA als producent en columnist, maar ook als acteur en presentator. Vanaf volgend jaar is hij in de nieuwe serie MOCROS te zien, een passieproject dat hij samen met Shariff Nasr na zes jaar eindelijk heeft kunnen realiseren, en waarbij Morris zich aansloot als regieassistent.
Dit jaar schoven meerdere vrienden bij mij aan tafel met warme verhalen over de set van MOCRO’S. Ik raakte nieuwsgierig naar wat de samenwerking tussen deze makers zo verademend maakte. Welke persoonlijke groei hebben Morris en Sahil doorgemaakt sinds de conferentie in 2023? Hun manier van werken is te omschrijven als speels, kritisch en diep geworteld in liefde en gemeenschap. Wat is voor hen inmiddels een gegeven, maar wellicht nog niet voor iedere maker? Samen fiets ik met hen langs de thema’s uit dit nummer: van gezonde gewoontes en grenzen stellen tot de kracht van solidariteit vanuit community.
Hoe zouden jullie elkaar aan iemand anders introduceren?
Sahil: “Morris is een storm die eraan komt. Iemand die je niet snel vergeet, die hier is om te blijven. Hij brengt een positieve lading energie met zich mee. Wat ik mooi vind, is dat er een bepaalde rust over hem heen hangt, een soort vanzelfsprekend vertrouwen dat alles goedkomt. Dat maakt dat mensen zich tot hem aangetrokken voelen en graag met hem praten.”
Morris: “Thanks man. Bij Sahil heb ik het idee dat hij altijd ‘aan’ staat. Of het nou ochtend of nacht is, hij is altijd klaar om iets te maken of een gesprek aan te gaan. Hij wil altijd het beste voor anderen, soms ten koste van zichzelf. Sahil heeft echt het hart op de juiste plek, en dat zie je ook terug in de mensen om hem heen. Hij snapt de kracht van gemeenschap en kijkt altijd hoe hij de tafel groter en ronder kan maken, zodat meer mensen kunnen meedoen.”
Is er een verschil in hoe jij je eigen mentale gezondheid bewaart en die van de mensen om je heen?
Morris: “Ik probeer altijd mijn eigen rust te bewaren. Voor een shoot trek ik me vaak terug in een cocon, omdat ik weet dat ik straks de storm inga. Dat helpt me focussen en voorkomt dat ik afgeleid raak. Vanuit die rust kan ik alles beter aan. Voor anderen doe ik het tegenovergestelde: ik nodig ze bij mij thuis uit, zet ze op de bank en terwijl ik kook, vraag ik hoe het écht met ze gaat. Een huiskamersetting geeft meer ruimte om opener te zijn naar elkaar, dan een vluchtig koffietje in de binnenstad van Amsterdam.”
Sahil: “Ik doe het heel anders. Veel mensen om me heen hebben het moeilijk – stress, depressies, onzekerheden. Ik ga dan juist iets luchtigs met ze doen: een film kijken, goed eten, veel lachen. Zo klaart die donkere wolk even op. Ik praat er niet per se over, maar laat ze voelen dat het leven ook licht en plezierig kan zijn. Dat vult Morris en mij goed aan: hij is meer de emotionele spreker, ik ben degene die afleidt en weer lucht brengt.”
Morris: “Net als dat Sahil mensen helpt en samenbrengt, denk ik dat films kijken hetzelfde doet bij mensen. Het reguleert emoties, toch?”
Sahil: “Wij mannen zouden vaker onze lagen mogen afpellen. Even kijken wat we van binnen voelen, in plaats van dat steeds te negeren. Ik merk dat ik pijn ontwijk door me te richten op de pijn van anderen, problemen buiten mezelf op te lossen. In de hoop dat er iets in mij meeheelt. En eerlijk: dat gebeurt ook vaak. Als ik met mensen ben of programma’s maak, voel ik dat er binnenin iets heelt. Als ik dat niet had, zou ik waarschijnlijk veel bozer of verdrietiger zijn.”
Wanneer je terugblikt op je houding tegenover je werk zo’n drie jaar geleden en nu, zie je een verschil in je zelfverzekerdheid?
Morris: “Vroeger was ik ontzettend onzeker. Dat ben ik nog steeds weleens, maar vroeger was het veel sterker. Ik had het idee dat ik niet in de kamer thuishoorde, zeker in groepen met alleen maar witte makers. Dan dacht ik: misschien is dit niks voor mij. Dat gevoel van minderwaardigheid, de imposter syndrome, zat diep. Maar hoe langer ik in het vak zit en hoe meer voorbeelden ik zie van mensen die alleen al dezelfde woorden gebruiken als ik, hoe meer zelfvertrouwen ik ook krijg.”
Sahil: “Wij waren allebei echt heel onzeker toen we begonnen. Dat zit soms nog steeds in ons. Het komt deels door dat koloniale verleden – je bent al blij dat je in de kamer mag zijn, en daardoor voel je je snel minder waard. Kleine signalen kunnen dat gevoel versterken: iedereen praat over namen of producenten die je niet kent, ziet er niet uit zoals jij en dan denk je: hoor ik hier wel tussen? Maar ondertussen weet niemand iets over Arabische of Molukse cinema. Dat relativeert. En gaandeweg leer je dat ervaring niet alleen in CV’s zit, maar ook in je roots, in je eigen leven en cultuur. Dat inzicht geeft mij rust en zelfvertrouwen.”
Wat motiveerde jullie om door te pakken?
Morris: “Voor mij begint alles vanuit community. Ik ben derde generatie Moluks, en van de kampong tot in de Molukse wijken was altijd alles al aanwezig: een warme maaltijd, familie, de basisvoorzieningen. Je hebt eigenlijk al een hele wereld om je heen. Dat zit diep verankerd in mij: als ik win, win jij ook. Dat gevoel van samen groeien is mijn basis en wat mij motiveert.”
Sahil: “Mijn ouders komen uit het Rifgebergte in Marokko. Daar is het vanzelfsprekend dat de hele gemeenschap voor iemand zorgt. Als iemand ziek is, zorgt de hele berg voor diegene. En als iemand verdrietig is, dan neemt iedereen diegene mee op sleeptouw. We komen allebei uit stammen die gebouwd zijn rondom gemeenschap. Hier in het westen kwam ik terecht in een individualistisch en competitief systeem. Juist daarom voelt het voor mij belangrijk om binnen de filmsector een gemeenschap te bouwen. Dat geeft kracht en motivatie.”
Morris: “Misschien is dat ook waarom wij ons allebei prettig voelen in film. Je kunt nooit een film in je eentje maken. Je hebt elkaar nodig. Juist dat gevoel, dat je het samen doet, motiveert ons om door te gaan met filmmaken.”
Sahil: “Het geeft je een eigen plek, waar je je gezien voelt. Waar verdriet of vreugde wordt erkend. Ik denk dat filmmaken hetzelfde werkt als dromen: je hersenen moeten alle emoties en gedachtenspinsels van een dag of een periode verwerken, en doen dat in de vorm van een droom. Doordat al die dingen botsen, ontstaan er nieuwe beelden. Een film is eigenlijk ook zo’n droom die iemand anders voor je heeft achtergelaten, om je emoties en gedachtenspinsels te reguleren en te verplaatsen naar een betere plek.”

Wat kunnen filmmakers op individueel niveau doen om elkaar collectief beter op te vangen, in een industrie die ons continu competitie met elkaar laat drijven?
Sahil: “Ons vakgebied is gebouwd op een individualistisch, kapitalistisch, competitief systeem. Dat maakt mensen onzeker en opgejaagd. ‘Je moet snel zijn, want anders pakt iemand anders je idee.’ Dat leidt tot gatekeeping en eenzaamheid. Maar zo werkt het niet in de wereld waar wij vandaan komen. In mijn cultuur is gemeenschappelijkheid de basis: als iemand ziek of verdrietig is, draagt iedereen een stukje mee. Als makers zouden we die houding ook hier moeten omarmen: deuren openhouden en kansen delen. Niet elkaar als concurrent zien, maar als deel van dezelfde gemeenschap.”
Morris: “In plaats van mee te gaan in competitie, moeten we solidariteit uitdragen. Dat kan klein beginnen: door eerlijk te praten over wat je verdient, door elkaar aan te moedigen grenzen te stellen, door niet mee te doen aan projecten die anderen uitbuiten. Op individueel niveau is dat soms moeilijk, maar collectief maakt het ons sterker. Uiteindelijk groeit de hele sector ervan.”
Hoe zien jullie de verhouding tussen competitie en solidariteit onder elkaar of tussen andere makers?
Morris: “Veel makers denken: ik moet dit snel indienen, want anders gaat iemand anders er met mijn idee vandoor. Maar de waarheid is: je gaat een film nooit alleen maken. Je hebt altijd anderen nodig. Dus waarom zou je je idee in je eentje vasthouden? Deel het juist. Ga sparren en ga vanaf de start koffie drinken. Als je alles individualiseert, wordt het pas écht competitief.”
Sahil: “Wat ik vaak zie, is dat mensen hun idee voor zich houden uit angst dat iemand ermee vandoor gaat. Dan krijgen ze uiteindelijk een fonds, en dán vragen ze ineens iedereen om mee te doen. Maar tegen die tijd heeft niemand meer tijd, want iedereen zit al in andere projecten. Dan komt er haast bij, en wordt er snel een uitvoerend producent ingevlogen om posities te vullen met mensen die je niet kent. Dan ontbreekt iets essentieels: groepsenergie, omdat je die niet last minute kan inhalen. Die moet je samen opbouwen, al vanaf de ontwikkeling. Solidariteit begint met openheid, vanaf het eerste gesprek. Competitie haalt echt de ziel ergens uit.”
Wanneer hebben jullie voor het laatst nee tegen een klus gezegd?
Morris: “Laatst nog, bij het indienen van een filmplan. Er werd vast gedacht: ‘Moluks is Asian, dus Morris kan dit verhaal met een Aziatisch personage wel doen, toch?’ Vroeger dacht ik vaak: als ik nee zeg, gaat iemand anders het doen en wordt het misschien nóg slechter. Dit keer voelde ik dat de materie niet voor mij was weggelegd. Vroeger dacht ik nog: oké, my time to shine. Nu twijfel ik daar minder aan. Tegelijk snap ik dat sommige vrienden geen nee kunnen zeggen, omdat ze hun huur moeten betalen of een gezin hebben.”
Sahil: “Heel vaak gaat een project óver ons, maar wordt het niet vanaf het begin mèt ons gemaakt. Dan wordt jouw cultuur er goedkoop bijgehaald, alsof jij alleen maar de cultural pass mag komen leveren zodat anderen hun eigen verhaal kunnen uitbrengen. Vervolgens kom je in elk persbericht terug, omdat het ‘community approved’ moet lijken. Terwijl je in je onderbuik al aanvoelde dat je er níét aan mee wilde doen. Dat is gewoon kolonialisme in een nieuwe vorm en daar word ik echt boos van. Ik heb dat vaak geweigerd, maar ik kan dat omdat ik al dertien jaar bij BNNVARA in loondienst werk. Dat is een groot privilege. Daardoor heb ik geleerd sneller nee te zeggen.”
Welke verantwoordelijkheid zien jullie voor fondsen, omroepen, streamers, producenten en regisseurs als het gaat om veiligheid en inclusie op de set?
Sahil: “Ik denk dat fondsen en financiers hier ook een rol in kunnen spelen. Misschien door signalen bij MORES mee te laten wegen: niet om iemand direct te cancellen, maar als manier om beter te kijken of je in kan staan voor de inclusiviteit en veiligheid rond een project. Je zou het kunnen zien als een soort uitnodiging tot reflectie, net als bij een rijbewijs: geen verbod, maar wel een strafpunt. Het is maar een idee, maar als we zulke stappen niet verkennen, blijven dezelfde bekende namen geld krijgen en blijft er druk liggen op jonge makers en crewleden, die vaak vanuit passie onderbetaald werk doen.”
Morris: “Zolang producenten of omroepen hun eigenaarschap niet durven los te laten, blijft echte inclusie voor en achter de schermen uit. Ze willen wel de energie en het perspectief van binnenuit, maar zonder dat wij zélf kunnen bepalen hoe het verhaal verteld wordt. Zo blijft het over ons gaan, maar wordt het nog steeds niet mét ons gemaakt. Het werkt alleen als je makers echt in hun kracht zet. No stories about us without us.”

Hoe zorg jij er vanuit jouw rol voor dat je collega’s zich veilig voelen en mentaal gesteund worden?
Morris: “Dat begint vooral bij jezelf. Als jij open bent en laat zien hoe jij je voelt, dan neemt de crew dat over. Het werkt net als vroeger met een ouderlijk figuur: je kopieert wat je ziet. Dus je kan wel zeggen: ‘bij mij mag je alles zeggen’, maar als jij zelf gesloten blijft, dan werkt dat niet. Als ik zeg: ik vind dit spannend, maar het komt wel goed, dan creëer je ruimte voor anderen om ook eerlijk te zijn. Dat geldt trouwens niet alleen op set, maar ook met vrienden of familie.”
Sahil: “En je kan het niet alleen zeggen en ondertussen een hele hiërarchische structuur optuigen waarin allestop-down gaat. Het gaat er juist om dat je in je gedrag laat zien dat iedereen meetelt. Anders blijft het bij woorden, en dan voelt niemand zich echt veilig. Ook wij stellen het verplicht ons feedback te geven.”
Morris: “En daarbovenop, die energie die je dan geeft, dat ga je ook terugzien op beeld.”
Hoe maken jullie ruimte voor nieuwe, soms nog onervaren makers?
Sahil: “Het is onze plicht om te investeren in anderen. We hebben bij MOCROS veel nieuwe mensen kansen gegeven, ook al wisten we dat dat soms kopzorgen op zou leveren. Want eerlijk, iemand kan de beste motivatie hebben en toch nog te onervaren zijn. Maar ik vind dat er in elk project een vorm van talentontwikkeling moet zitten. Mits er goede begeleiding is. Anders vervallen we weer in dat individualistische, competitieve systeem waar deuren dicht blijven. Ik geloof dat we ze open moeten houden.”
Morris: “Ik merk dat menselijk blijven het verschil maakt. Vroeger was de regisseur de baas en de rest moest gewoon volgen. Nu werkt het anders. Als je mensen serieus neemt, gaan ze ook harder lopen. Je krijgt er als maker uiteindelijk meer voor terug. Daarom is het belangrijk om ruimte te blijven maken voor nieuwe stemmen.”
Sahil: “Dat is ook waar veel van onze hobbels lagen: niet in het verschil tussen witte makers en makers van kleur, maar tussen oudere en jongere generaties. Het is vaak een intergenerationele strijd. Oudere makers dragen trauma’s van hoe sets vroeger georganiseerd waren: hiërarchisch en afstandelijk. Onze generatie wil juist naar meer nabijheid en sociale cohesie. Dat botst soms, maar het is ook precies waar de verandering plaatsvindt.”
Hoe bepaal je als beginnend maker je eigen uurtarief of projectprijs voor je diensten?
Sahil: “Alleen red je het niet. In een community kan je elkaars tarieven vasthouden. Als er altijd iemand is die het goedkoper doet, zakt de hele markt. Dus praat met elkaar, deel je ervaringen en wees open over tarieven. Pas dan kun je echt een eerlijke prijs vragen en krijgen. En bel ons gewoon, bro! Zo doen onze vrienden het ook: we checken bij elkaar of een bedrag klopt, zodat niemand zich laat afschepen.”
Morris: “Precies. Je waarde zit niet alleen in ervaring op papier, maar ook in hoe mensen met je hebben gewerkt en over je praten. Je blik, je intuïtie, je achtergrond en dat maakt jou uniek. Dus schaam je niet om rond te vragen. Ga niet onder je eigen waarde zitten. Stuur ons gewoon een DM.”
Zien jullie verschillen tussen hoe oudere en jongere generaties makers omgaan met hun crew en met de sfeer op set?
Sahil: “Bij veel regisseurs van de oude stempel zag je dat ze bewust afstand hielden van mensen die in hun ogen ‘lager’ in de command chain zaten. Soms omdat ze een dreiging voelden. Terwijl ik denk: het is juist belangrijk om een persoonlijke band op te bouwen met je crew. Loop ’s ochtends langs, zeg goedemorgen, vraag hoe iemand geslapen heeft. Sluit de dag af met een rondje: hoe ging het, is iedereen oké? Dat klinkt klein, maar het maakt een wereld van verschil.
Sommige regisseurs en opnameleiders beginnen een draaidag met: ‘Hoe lang heeft make-up nog nodig?’ Wat is dat voor een opening? Wees gezond. Je werkt met mensen. Als je de dag opent vanuit menselijkheid, zet je meteen de toon voor hoe iedereen zich voelt. En dat geldt net zo goed voor je cast. Als iedereen gespannen is, zie je dat terug in het spel.”
Morris: “Je werkt dagenlang samen, vaak zie je je team vaker dan je eigen vrienden of familie. Dan moet je er ook een beetje een familie van maken. Als je het samen leuk houdt, kan je ook makkelijker stress en frustratie delen. Dan ben je als regisseur geen tijdbom waar iedereen bang voor is, maar een mens waarmee je samenwerkt. Dat brengt zoveel meer rust naar set.”
Sahil: “Als je open en menselijk je project ingaat en afrondt, dan kan je tussendoor ook menselijk blijven. Dan is er ruimte om te zeggen: jongens, ik ben gefrustreerd, dit duurt langer dan ik had verwacht. Dat kan gewoon naast elkaar bestaan. En andersom is dat ook belangrijk, want je hebt een voorbeeldfunctie. Iedereen neemt jouw houding over. Als jij afstandelijk of gestrest bent, voelt de hele crew dat. Maar als je menselijk en transparant bent, straalt dat door naar iedereen.”

Filmmaker Morris Maturbongs
Ervaren jullie in de praktijk dat de werkdruk op sets toeneemt, nu budgetten krimpen en planningen nog strakker zijn dan vroeger?
Morris: “Je kunt niet zeggen: we moeten door, dus ik ga iedereen over zijn grenzen jagen. De verantwoordelijkheid ligt bij iedereen in de keten. Fondsen en omroepen die reële budgetten moeten goedkeuren. Regisseurs en producenten die hun praktijkervaring erbij moeten pakken, maar ook wij als makers moeten zeggen: tot hier en niet verder. Want als we de werkomstandigheden allemaal verder af laten glijden, branden mensen op. Dan hebben we straks niemand meer over.”
Sahil: “De budgetten zijn zeker krapper, dat weten we allemaal. Vooral bij de publieke omroep. Je krijgt te weinig draaidagen en moet twaalf uur per dag knallen om acht, negen minuten materiaal te halen. Het is crazy. Maar dat mag nooit een excuus zijn om de menselijkheid opzij te schuiven. Iedereen wéét hoe zwaar het is, dus des te belangrijker dat je bewust tijd maakt om te checken hoe mensen erbij zitten.”
Streamers sturen tegenwoordig aan op versimpeling van het plot en consistente prikkels – mede omdat veel mensen met een tweede scherm bezig zijn terwijl ze iets kijken. Heeft deze recente ontwikkeling invloed op hoe jij je werk benadert?
Sahil: “Ik wil me niet laten dicteren door strategieën die alleen draaien om aandacht trekken. Film moet niet alleen prikkelen, maar ook helen. Voor mij staat emotie altijd bovenaan; pas daarna komt het verhaal en helemaal op het eind komen technische details zoals continuïteit. Maar het schuurt. Streamingplatforms sturen keihard op tempo: in de eerste vijf minuten moet alles al knallen. En je hebt nu microseries van één minuut uit Azië, zonder subtiliteit – alleen drama en sensatie. Dat baart me zorgen. Ik hoop dat we collectief als kijkers dingen belonen die vertragen en verdiepen.De bioscoop helpt mij om te vertragen: je zit daar op één plek, het is donker en je zit niet op je telefoon. Twee uur lang kijken en luisteren, niks zeggen. En dan, als het licht aangaat, kijk je naar de persoon naast je en voel je dat je samen iets hebt meegemaakt. Film is echt meer dan een domme hobby, het reguleert emoties. Zoals laatst een film van bijna drie uur, die voelde alsof ik er maar veertig minuten zat. Voor mij staat emotie altijd bovenaan; pas daarna komt het verhaal en helemaal op het eind technische details zoals continuïteit.”
Wat heeft jullie de laatste tijd geïnspireerd om anders naar jullie werk te kijken of je manier van werken te veranderen?
Morris: “Voor mij gaat het steeds meer om intuïtie. Vroeger dacht ik veel meer na: wat verwachten mensen van me, wat vraagt de producent, wat hoort er in deze fase? Nu probeer ik te luisteren naar mijn gevoel. Klopt het, dan ga ik ervoor. Klopt het niet, dan niet. En een gevoel is niet zomaar iets. Ik geloof dat het ook kan komen van een voorouder die je een richting opstuurt. Soms zeg je een woord en voelt dat warmer dan een ander woord. Dat is voor mij een teken. En eigenlijk is dat ook hoe mijn voorouders hebben overleefd: door intuïtie, door te voelen welke keuze veilig was en welke niet. Dat zit in mij. Als ik daarop durf te vertrouwen, worden mijn keuzes zuiverder en geeft dat rust.”
Sahil: “Dan komen we toch weer terug bij dromen. Wat je gevoel je probeert te zeggen, dat komt vaak terug in je dromen. ‘Zeggen dromen dan niet wat we echt voelen?’ Bij mij is daarin iets verschoven. Ik wil niet langer verhalen maken die alleen maar de pijn van onze community laten zien. Natuurlijk moeten we trauma erkennen, maar ik wil dat de focus verschuift naar kracht, naar heling, naar joy. Want als we onszelf alleen maar via pijn laten zien, dan houden we segregatie in stand.Wat ik nu belangrijk vind, is om verhalen te maken die laten zien dat we samen zijn: Marokkanen, queer mensen [interviewer identificeert zich als queer, red.], Molukkers, iedereen. Niet als aparte hokjes, maar als één community die vecht voor een beter verhaal. Toen ik begon, liet ik me nog vaak dicteren door wat fondsen of producenten wilden zien: verhalen over racisme, criminaliteit, queerfobie. Maar ik heb geleerd dat dat niet míjn verhalen zijn. Dat zijn de politieke praatpunten van grotere systemen. Mijn verhalen gaan voortaan over gemeenschap, over samen bouwen aan iets anders.”▮
MOCROS volgt een vriendengroep met ogenschijnlijk gewone twintigers problemen, maar onder de oppervlakte gaat het over iets groters: elkaar helen in een wereld die je vaak probeert onderuit te halen. Het is die beweging die deze makers willen vasthouden: weg uit de segregatie, weg uit het slachtofferschap, en verhalen maken waarin we samenkomen. Waarin joy en liefde niet bijzaak zijn, maar een vorm van verzet.
En misschien is dat de essentie van samenwerking. Voor je het weet, wordt wat als een droom begint op beeld, realiteit. Hun oproep is niet om alleen terug te kijken naar wat geweest is, of om te blijven herhalen wat het systeem van ons verwacht. Het is een uitnodiging om vooruit te dromen. Om een wereld voor te stellen zonder de kooien van kolonialisme, seksisme, xenofobie, homofobie en islamofobie – en die dromen vast te leggen, zodat een volgende generatie kan zien dat we daaruit kunnen breken. Zodat we samen een nieuwe werkelijkheid kunnen bouwen.
Related Post
Sorted on the current catagory

Intimiteitscoördinatie wint terrein in de Nederlandse filmindustrie, en de gesprekken die daaruit voortkomen zijn precies waar het om gaat. In samenwerking met NAPA en NCP organiseert de community van zelfstandige intimiteits coördinatoren bijeenkomsten om kennis en praktijk dichter bij elkaar te brengen over hoe we werken, wat we meenemen naar de set, en hoe we elkaars voorbereidingswerk beter kunnen begrijpen voordat de camera draait. Dit stuk is mijn bijdrage aan dat gesprek.

Bird is optimistisch, zonder blind te zijn voor de verschrikkelijke dingen die gebeuren in de wereld
Met de film Bird keert filmmaker Andrea Arnold American Honey (2016), Fish Tank (2009) terug naar haar Britse roots met een sprookjesachtig coming-of-age verhaal.




